Nederland met  vier baansprinters naar Spelen

 

Nederland vaardigt bij de mannen vier baansprinters af naar de Spelen volgend jaar zomer in Tokio. Daardoor is ook Matthijs Büchli zeker van deelname, want hij heeft als enige voldaan aan de gestelde voorwaarden uit de interne selectieprocedure van de Nederlandse wielrenunie (KNWU). Eerder werden Harrie Lavreysen en Jeffrey Hoogland al aangewezen voor de sprintonderdelen. De starter van de teamsprint bij de mannen wordt later via een bike-off geselecteerd. De extra baansprinter gaat ten koste van de olympische wegselectie, die nu nog maar uit vier renners zal bestaan.

Algemeen KNWU-directeur Thorwald Veneberg spreekt van een beslissing die ‘zeker niet eenvoudig’ was. ,,We hebben in Nederland momenteel een luxeprobleem, waarbij we ons gesteld zagen voor de keuze tussen vijf toppers op de weg of vier op de baan. Doorslaggevend voor de afweging is het feit dat we met onze baansprinters de afgelopen jaren een succesformat hebben gevonden, waarbij we de derde man in de teamsprintploeg kunnen wisselen. Dit behoort tot de succesvolle routine van de ploeg en bondscoach Hugo Haak acht de kans op succes dan ook groter met deze extra sprinter. Bijkomend voordeel is dat het ons ook meer keuzemogelijkheden geeft bij het invullen van de plekken op de sprint en de keirin in Tokio.”

 
De mannelijke teamsprinters werden in 2018, 2019 en 2020 wereldkampioen en gaan volgende zomer in Japan vol voor olympisch goud. De KNWU kan een van de duurrenners van de baan nu inschrijven als vijfde wegrenner, waardoor deze plek niet verloren gaat, maar wel anders ingevuld wordt dan anders het geval was geweest. ,,Ik respecteer de beslissing hoewel ik hem vanuit mijn functie als wegcoach richting de huidige succesvolle lichting wegrenners uiteraard betreur”, liet bondscoach Koos Moerenhout weten. De KNWU kan in het geval van blessures of “ernstig vormverlies” nog terugkomen op het besluit. ,,We hebben op de teamsprint met vier renners te maken die al vier, en straks vijf jaar, in voorbereiding zijn op de Olympische Spelen”, lichtte Veneberg toe. ,,We weten dat het voorbereidingstraject voor de wegrenners, met de Tour de France die slechts enkele dagen daarvoor eindigt, minder optimaal zal zijn. Ons doel is als bond om de kans op goud zo groot mogelijk te maken en ik denk dat we dat met deze beslissing doen.”