• Translator

  • ‘SPORTWERELD’

     

     

    Oud coureur  ‘Profke’ doet revolutionaire ontdekking

     
           
     

    Deze ontdekking wilde Baanwacht U niet onthouden

    Toen ik maandagavond had aangekondigd dat iedereen nog een drankje  van de zaak kon nuttigen omdat het moment van sluiten met rasse schreden naderde kwam ‘Profke’ naar me toe. “Mag ik je morgenochtend even onder  vier ogen spreken” vroeg hij. “Het is niets ernstigs,” voegde hij eraan toe. “Natuurlijk,” antwoordde ik, want waarom zou ik een van mijn sympathiekste stamgasten zijn verzoek weigeren.
    De volgende ochtend zat hij al vroeg aan de stamtafel. Nadat ik hem zijn gebruikelijke citroentje  met suiker had geserveerd vroeg ik hem naar de reden van zijn vroege bezoek.
    “Ik heb me de voorbije week  nogal  bezig gehouden met de prangende vraag, heeft een wielrenner met grote uitstaande oren nu voordeel of nadeel  dat hij of zij over dergelijke lichaamsdelen beschikt?”  Het feit dat ‘Profke’ zich na zijn pensionering  nog met dergelijke vraagstukken bezighield was mij bekend. Na eerst de middelbare school doorlopen te hebben heeft hij immers met veel succes een studie theoretische natuurkunde aan de Universiteit van Utrecht gevolgd. Na zijn studie, hij was cum laude geslaagd, heeft hij zijn wielercarrière met succes hervat. Zijn talrijke overwinningen bij de toenmalige categorie der amateurs leidden spoedig tot een profcontract bij de formatie van ‘De Klimgeit’. Begonnen als waterdrager groeide hij spoedig uit tot diens meesterknecht. Zijn koersinzicht zorgde ervoor dat hij  de vertrouwensman en wegkapitein van de ploeg werd.

    Al tijdens zijn wielerloopbaan gaven zijn collega’s en ook het grote publiek hem, om redenen van zijn ‘geleerdheid’ de bijnaam “Profke.”
    Nadat ik hem een tweede drankje had ingeschonken antwoordde ik op zijn vraag  dat het  vaststaat dat zulke grote  uitsteeksels natuurlijk veel wind vangen. En dat kan remmend werken, zelfs bij windstilte. Maar er zijn natuurlijk ook voordelen aan verbonden. Er bestaat ook nog zoiets als wind in de rug, en je hoort het geluid van de speaker beter en geniet intenser van het applaus dat vanaf de tribune of van achter de dranghekken opklinkt. “Toch pleit ik ervoor om renners en rensters met van die grote flaporen anders te behandelen. Er moet iets aan gedaan worden door de UCI in samen werking met de nationale bonden,” kreeg ik te horen. “Je bent het misschien niet helemaal met me eens maar in de huidige topsport zijn het juist de kleine verschillen die de doorslag geven. Zij bepalen nu juist het verschil tussen winst en verlies,” vervolgde hij zijn betoog. “Wat te denken van bijvoorbeeld een aërodynamische neus. Mij is opgevallen dat renners met een omhoog staand reukorgaan , een mopneus, veel slechter presteren dan renners met een hele grote snotkoker. Deze renners krijgen veel meer zuurstof naar binnen. Ik heb deze week met een eenvoudige formule uit de aromatische dynamica het voordeel berekend en kom tot de verbijsterende conclusie dat iemand met een grote snufferd, die uiteraard geen snor draagt, een voordeel heeft van 4  m/uur. Ik ben uitgegaan van eenzelfde energieverbruik, een lager omslagpunt maar van verschillende eetgewoonten.” “Is het mogelijk dat jij de toekomstige coaches van baan en weg, die hopelijk binnenkort door de wielerbond benoemd gaan worden, deze informatie  toespeelt,” verzocht hij mij vriendelijk. “Ik denk dat de toekomst in de wielersport binnenkort behoort aan de renners en rensters met grote neuzen. Het is gedaan met de aangepaste voeding. De farmaceutische middelen kunnen in de apotheek blijven. Je zult zien dat men daar steeds meer de neus voor ophaalt. Nadat ik hem beloofd had zijn revolutionaire ontdekking op gepaste wijze naar  de verantwoordelijken bij de wielerbond  door te sluizen namen we, nadat hij nog enkele citroentjes genuttigd had, vriendschappelijk afscheid.

         
             

    Vriendin ‘De Arend’ voor therapeutisch behandeling naar UCI

    Toen dinsdagavond al heel vroeg  ‘De Arend’  om ongeveer 19.00 mijn horeca etablissement binnenstapte zag ik onmiddellijk aan zijn gezicht en aan de manier waarop hij zijn pet richting   kapstok gooide dat  iets hem dwars zat. Nadat hij aan de stamtafel had plaatsgenomen en ‘een papegaaiensoep,’ door ons kopstootje genoemd, had besteld vroeg ik hem of het mooie weer hem tegenstond. “Nee,” antwoordde hij nors, “maar ik ben het voorbije weekend met mijn nieuw vriendin naar het WK baanwielrennen in Apeldoorn geweest en dat is me zeer slecht bevallen,” snauwde hij me toe. “Ben jij ook naar dat geweldige wielerevenement geweest,” vroeg ik hem. “Heb jij als oud-coureur dan niet zoals al die duizenden bezoekers genoten van pure sport.” “Natuurlijk wel, maar ik had mijn nieuwe vriendin nooit mee moeten nemen,” bromde hij. Opmerking; Na een gelukkig huwelijk van meer dan vijftig jaar werd “De Arend’ vorige zomer weduwnaar. Sinds kort heeft hij een jonge vriendin uit Friesland, die door mijn stamgasten ‘Sonnema’ wordt genoemd. “De ellende begon al bij binnenkomst in het Omnisport. Ze wilde perse plaats nemen op het terras, area 1, tussen de VIPS, voorname personen met misschien wel een onderscheiding of ander ereteken. Ze wilde ook zo’n groene sjaal om haar  hals en met een glas sherry en lekker hapje in de hand naar het wielrennen kunnen kijken. Toen we eindelijk op de tribune hadden plaatsgenomen was haar eerste opmerking; “Die piste is totaal onberijdbaar, alle renners en rensters vliegen straks uit de bocht.” Dat ze gecharmeerd was van de Duitse sprinter Robert Förstemann, accoord, maar ze brulde zo hard en nog wel in het Fries dat hij bovenbenen, schouders en een borst had om te zoenen dat iedereen  ons aan zat te kijken of we uit Oezbekistan kwamen. Grégory Bauge noemde ze ‘een lekker stuk’  en zondagmiddag sprak ze tijdens de madison over niets anders dan mooie benen en kontjes. Sir Chris Hoy noemde ze een man zonder klasse. Ze had minstens verwacht dat hij met ereteken en bolhoed op zou rond rijden en sommige sprinters waren volgens haar mislukte griesmeelpuddingen op een fiets. Toen ik naar de toilet was heeft ze volgens sommigen ‘Boeddabuik’ geschreeuwd naar een zwaar uitgedijde renner uit Kyrgyzstan. Ze bedacht  ter plekke voor ieder sprinter die naar huis werd gereden een naam die me herinnerde aan uitgestorven zoogdieren.
    Toen Victoria Pendleton door Anna Meares werd uitgeschakeld zei ze dat de Engelse bij

    haar ontbijt waarschijnlijk het gebakken spek, de witten bonen in tomaten saus en zeker de black pudding (bloedworst) was vergeten en op het tijdtip van aantreden haar thee met cake nog niet verteerd had. Iedere deelnemer en deelneemster kregen van haar rapportcijfers en die liet ze aan iedereen zien. Onze vaderlandse sprintster kreeg een vijf voor demarreren een vier voor accelereren en  een acht voor gedrag en netheid. Voor een sur place  kreeg niemand een voldoende. Sommige sprinters kregen een negen voor achterom kijken.
    Aan iedereen die het maar horen wilde vertelde ze dat de UCI commissarissen pantoffelhelden waren, die thuis geplaagd worden door een vrouw met mattenklopper en deegroller.
    Hij ging omslachtig op een andere stoel zitten bestelde nog een kopstootje en vervolgde zijn monoloog. “Ik had het wielrennen niet willen missen maar het gedwongen verblijf met mijn vriendin aan mijn zijde had ik graag verwisseld voor een zitplaats naast een echte kenner.
    Nu dachten velen op de tribune dat ook ik niet over voldoende wielerkennis beschik.
    Ik heb zondagavond op het punt gestaan mijn relatie te verbreken maar toen ik haar naast het bed zag staan met haar volmaakte lichaamsdelen heb ik me bedacht. Ik heb haar deze morgen  aangemeld voor een therapeutische behandeling bij de internationale wielerbond zodat ze het volgende WK in Apeldoorn opnieuw, maar nu als kenner, op de tribune zal plaats nemen.

    Oud coureurs kritisch over openingsceremonie WK-baanStamtafel

    Wat velen misschien niet weten is dat Baanwacht met zijn lieftallige eega een goedlopend horeca etablissement met de naam ‘De Sportwereld’ exploiteert ten zuiden van de grote rivieren. Tot mijn stamgasten behoren heel veel oud weg- en baanrenners vaak vergezeld door hun nog bloeiende, zwaar met juwelen behangen dames, partners of nieuwe vriendinnen. De oud coureurs die ‘De Sportwereld’ frequent (soms te frequent) bezoeken stammen nog uit het tijdperk van de Vlaamse reuzen zoals zijzelf zeggen. Dikke speknekken, met flink wat buik en bil, de echte harde stoempers, die de West-Europese ‘wegen’ teisterden. Echte tempobeulen  i.p.v. die magere mannetjes van tegenwoordig. Hun gesprekken  aan de stamtafel gaan  bijna altijd over wielrennen. Door hun ouderdom, sommigen proberen met hun verjaardag meer dan tachtig kaarsjes uit te blazen maken ze veel gebruik van hun herinneringen maar ook de actualiteit komt bijna dagelijks ter sprake. Er ontstaan dan aan de stamtafel soms felle discussies.

    Zo ook gisteravond, toen ik vertelde dat ik naar het Omnisport was geweest om de huidige en toekomstige medaillewinnaars tijdens hun training aan het werk te zien en de indrukken die ik daar had opgedaan. Homerisch gelach viel mij te beurt. Het feit dat een Belg al is het dan de beste wielrenner aller tijden, de officiële opening van een wielerevenement dat in ons land plaats vindt, verricht, valt bij veel oud coureurs  niet in de smaak. “Wij hebben toch ook coureurs waar we trots op mogen zijn,” was de mening van velen. Wat er gezegd werd over de geniale vondst om Sven Kramer op het laatste moment als assistent te laten opdraven en over Jeroen van de Boom, die volgens geruchten enkele speciaal voor dit evenement geschreven liefdesliedjes komt zingen  is niet voor publicatie geschikt.

    “Weet je wel dat een WK voor de UCI bonzen en hun pronkdames wordt georganiseerd, die van het ene banket naar de daaropvolgende  receptie rennen  die hen wordt aangeboden,” riep de Vlo, die vroeger ook  een uistekend baanrenner was. “Ik  ken iemand die, als de tijd van leven hem wordt gegund,  tijdens het WK op de weg in 2012 te Valkenburg wordt gehuldigd voor zijn tweehonderdvijftigste diner en zijn vijfhonderdste receptiebezoek. Deze man staat al bijna vijftig jaar op de bres voor de wielersport en doet dat met zoveel inzet dat hij al in geen veertig jaar een renners of renster heeft gezien,” riep de Arend, heel vroeger geroemd om zijn klimmerscapaciteiten, boven alles en iedereen uit. “Dejeuneren, dineren, souperen, en recipiëren zijn de enige Franse termen die zulke lui kennen,” voegde  het Insekt, vanwege zijn stekelige opmerkingen door zijn vrienden zo genoemd, er nog fijntjes aan toe.  Dat hij die woorden onberispelijk uitsprak komt omdat hij een aantal jaren voor een Franse wielerploeg heeft gereden en daarna nog tien jaar in het Vreemdelingenlegioen heeft gediend.

    Verdrietig werd ik van al hun uitspraken, heb nog een tournée générale ingeschonken en verliet enkele uren vroeger  dan gebruikelijk de gelagkamer, mijn vrouw  achter latend met wat zij altijd zo deftig  ‘onze clientèle’ noemt.