BMX’ers en de sprint

 

Maandag 1 juli publiceerde het Belgische Sporza onderstaand artikel op de website onder het kopje baanwielrennen. De auteur wordt niet vermeld

 Waarom BMX’ers Nederlandse wapen zijn om Britten van olympische sprinttroon te stoten

Net als op het WK baanwielrennen in Polen enkele maanden geleden rolde Nederland op de Europese Spelen zijn spierballen op de wielerpiste. Dat kan je letterlijk nemen op de sprintnummers bij de mannen. Nergens is de Nederlandse dominantie zo groot. Oranje lijkt klaar voor het grote doel: de Britten van de troon stoten in Tokio volgende zomer.

“BMX is de perfecte achtergrond voor baanwielrennen”

Het WK baanwielrennen in Polen zo’n vier maand geleden werd een Oranje-feest van begin tot einde met 11 medailles. Op de Europese Spelen stopte de teller op 14.
Op de sprintnummers bij de mannen stond opnieuw geen maat op wereldkampioen Harrie Lavreysen en vicewereldkampioen Jeffrey Hoogland. In de teamsprint werd Frankrijk weggeblazen met bijna anderhalve seconde. Individueel verdeelden Hoogland en Lavreysen het goud en zilver en Lavreysen won het keirin. De bron voor zoveel talent is verrassend.

“We hebben op dit moment veel jongens die uit het BMX komen. BMX’ers zijn fysiek al sterk als ze in het team komen. Je moet ze enkel nog omscholen tot baanrenner. Dat is een voordeel”, zegt Hugo Haak, tot anderhalf jaar geleden zelf topsprinter en nu sprinttrainer bij Oranje.

“BMX is de perfecte achtergrond voor baanwielrennen”, legt Peter Pieters, de Nederlandse bondscoach van België uit. “BMX’ers trainen vanaf jonge leeftijd op korte explosies omdat de start zo belangrijk is. Om die reden zie je ook veel baanwielrenners uit het atletiek komen. Je moet gewoon heel veel kracht kunnen ontwikkelen als sprinter om met een ongelooflijk grote versnelling te kunnen rijden.”

BMX’ers trainen vanaf jonge leeftijd op korte explosies omdat de start zo belangrijk is.

Trekt nieuwe piste in Zolder BMX’ers aan?
Nederland heeft een rijke BMX-cultuur, maar de sport is risicovol. “Lavreysen en Hoogland zijn door blessures gedwongen om van het BMX over te schakelen naar de baan”, vertelt Peter Pieters.
“Het is mooi dat ze een tweede carrière kunnen hebben en daarin de wereldtop halen.”

“Het is wel echt heel snel gegaan, maar Nederland had een heel goede BMX-lichting. Dit resulteert daaruit.

” België kent veel minder een BMX-cultuur, al ziet Pieters een sprankeltje hoop. “Baanwielrennen komt in België op de derde plaats na wegwielrennen en veldrijden. Met de nieuwe baan in Zolder kunnen we hopelijk een nieuw deel van het land aanboren. In die streek zijn er juist wel veel BMX-renners.”

 

“We gaan voor goud in Tokio”

Door de huidige krachtverhoudingen zullen over een jaar en een maand tijdens de Olympische Spelen alle ogen in de sprintnummers focussen op de oranje wielershirts. Drie Olympische Spelen lang domineerden de Britten die onderdelen, maar Nederland wil daar wat graag een einde aan maken in Tokio.

“We gaan voor goud”, zegt sprintcoach Hugo Haak. “Als je kijkt naar het vorige en huidige seizoen dan zijn we de leiders in de teamsprint. Dat zal in Tokio druk met zich meebrengen. Daarom moeten we zorgen dat we fysiek zo goed mogelijk aan de start staan.”

Nederland heeft bovendien het voordeel van de weelde. In de ploegsprint kan Oranje op dit moment met zes sprinters schuiven en dat speelt mee in het succes. “Op training zoeken renners de competitie met elkaar op en stuwen ze elkaar naar een hoger niveau. Dat is een voordeel”, zegt Haak.

De Belgische bondscoach beaamt. “De Spelen zijn natuurlijk altijd een apart verhaal”, weet Peter Pieters. “Zesvoudig olympisch kampioen Jason Kenny zit er alweer aan te komen, maar in de teamsprint heeft Nederland 6 toppers. Het zou gek moeten lopen als ze in die discipline niet op het podium staan.”